Deze zomer spreek ik elke week één professional over hoe AI zijn werk op een doordeweekse dag verandert. Aflevering vier gaat over David Maij, gepromoveerd psycholoog, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek deed naar gedragsverandering en gewoontevorming in scholen. Hij begeleidt scholen al ruim tien jaar en richtte drie jaar geleden samen met een ondernemer uit de IT het bedrijf Onderwijs AI op.
Bijna elke organisatie beoordeelt mensen op wat ze inleveren. Dat werk komt inmiddels ook uit een model. David heeft er zijn vak van gemaakt om te meten wat er daarna nog in een hoofd zit. Uit de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 kwam dat vijf procent van de basis- en middelbare scholen duidelijke afspraken heeft over verantwoord AI-gebruik, terwijl de leerlingen er allang mee werken. De AI-detector, waar docenten en teamleiders als eerste aan denken, raadt hij af.
Waar hij de knip legt tussen zelf doen en uitbesteden
Hoe gaan we dit managen? Die vraag hoorde ik een paar jaar geleden van een docentenkorps en ik legde hem aan David voor. Een leerling levert een foutloos werkstuk in. Hoe weet die docent dan nog wat de leerling heeft geleerd? David scheidt daar twee dingen die op een rapport hetzelfde cijfer krijgen.
"Ik noem dat het verschil tussen presteren en leren. Als je AI gaat gebruiken, dan ga je veel beter presteren. Je huiswerkopdrachten ga je foutloos inleveren. Maar als je op een toets opeens geen AI meer mag gebruiken, dan zien we dat je eigenlijk niks geleerd hebt."
Dat effect is in gecontroleerd onderzoek aangetoond. Mij houdt de andere kant bezig. Een leerling die tien versies langsloopt en er de fouten uit haalt, is intensief met de stof bezig. Is dat uitbesteden van denkwerk misschien een nieuwe vorm van leren? Hij gaat daarin mee zodra de basis er ligt.
"Ik denk dat je eigenlijk pas over cognitieve uitbesteding moet gaan nadenken als je een aantal basisvaardigheden beheerst. Stel je kan nog niet zo goed schrijven en je gaat dat schrijven uitbesteden, dan ga je niet goed leren schrijven."
Je ontleedt een opdracht in denkstappen en bepaalt per stap wat de leerling zelf doet. In zijn voorbeeld moet een dertienjarige vooral leren hoe je structuur opbouwt, dus maakt die leerling het plan zelf en mogen de losse alinea's naar de AI.
En dan ondermijnt hij zijn eigen oplossing. "Gaan ze dat dan doen?" Een leerling die een beetje van AI begrijpt, laat de verantwoording over zijn promptgebruik net zo goed door de AI schrijven. Dus moet er iemand naast gaan zitten om te zien wat er werkelijk gebeurt. Daar zijn niet genoeg docenten voor. "Het is lastig."
Bij zwemles gaat het bandje eraf en weet je binnen dertig seconden of het gelukt is. Bij kenniswerk valt die proef weg, want het hulpmiddel blijft er altijd bij. Dus spreek je vooraf af welk deel van het denkwerk iemand zelf doet. Bij David komt dat oordeel uit de tijd en de moeite die iemand er zelf in heeft gestopt.
De AI die het antwoord inhoudt, bouwt de docent zelf
Over de gangbare tools laat hij weinig heel.
"De modellen die ze nu gebruiken, gewoon standaard ChatGPT en standaard Gemini, dat zit echt het leren in de weg."
Dat gaat over de leerling die om een antwoord vraagt, volgens hem het overgrote deel. Een kleinere groep vraagt zelf door en ziet wat een model met het eigen leren doet. Wie eenmaal weet hoe hij zo'n gesprek moet sturen, leert er juist veel van. David voorop.
ChatGPT kreeg in juli 2025 een studeermodus die stap voor stap begeleidt en Gemini volgde een week later met Guided Learning. Precies de knop waarvan een school zou hopen dat hij dit oplost.
David vertrouwt hem niet. "Als je een beetje gaat pushen en je zegt 'geef me gewoon het antwoord', dan geeft hij gewoon het antwoord." Zo'n modus is een instructie bovenop het gewone model. Zodra iemand aandringt, bezwijkt die instructie.
Zijn alternatief legt het werk bij de docent, die dan een eigen versie van Gemini of een eigen chatbot inricht.
"Wat je eigenlijk wilt is dat de docent educatieve AI gaat maken, waarin een bepaalde basislaag van didactiek zit."
Didactiek is de kunde van hoe je iemand iets leert. Pedagogiek, de omgang tussen docent en leerling, hoort daar in de praktijk bij. De eerste regel van die onderlaag gaat over wat de assistent moet weigeren.
"Wat je eigenlijk nooit wilt is zomaar een antwoord geven aan een leerling. Je wilt de voorkennis van een leerling bevragen. Wat weet een leerling al? Wat weet een leerling nog niet? En dan wil je hem in hele kleine stapjes verder gaan helpen."
Wie zoiets wil bouwen heeft twee dingen tegelijk nodig.
"Wat mij betreft moet je als docent van de toekomst twee zaken in je gereedschapskist hebben. En dat zijn AI-geletterdheid en didactiek."
Dat eerste, begrip van hoe een model aan zijn antwoorden komt, is waar het vastloopt. Zijn voorbeeld is het plaatje van een dokter, waar meestal een man uit komt. Het vakblad The Clinical Teacher publiceerde in december 2025 een telling van twaalfhonderd van zulke plaatjes, gemaakt met twee gratis generators over dertig specialismen heen. Tweeëntachtig procent werd een man en bij de huisarts kwam er geen enkele vrouw uit. In Nederland is inmiddels drieënzestig procent van de huisartsen vrouw, volgens de cijfers van Nivel over 2024. Een docent die zo'n plaatje in zijn les plakt, laat de klas een wereld zien die hier al niet meer bestaat.
Heeft een docent die twee dingen wel in huis, dan verandert wat hij kan maken.
"Dan kun je tools gaan maken die leerlingen gaan helpen. Dan kun je misschien spellen gaan maken waar je normaal geen tijd voor had. Dan kun je toetsen maken die eens een keer motiverend zijn. Ik denk dat door die twee zaken te combineren het onderwijs veel vetter kan worden dan wat het nu is."
Daar zet hij zelf de stand van zaken achter. "Maar daar zijn we nog niet." Zolang zo'n docent er nauwelijks is, werkt hij met wat de school hem geeft, als hij al iets gebruikt, terwijl de klas thuis het beste model draait dat er te vinden is.
"En dan krijg je gewoon een oneerlijke wedstrijd."
De detector wijst steeds dezelfde leerlingen aan
De eerste maatregel waar docenten en teamleiders aan denken is een detector, software die uit een tekst afleidt of er een model aan te pas is gekomen. Hier is hij het stelligst van het hele gesprek. "Dus je moet gewoon niet met detectietools aan de slag gaan."
Dat oordeel komt uit de wetenschappelijke literatuur en begint bij de foutmarge.
"Er is een heel grote kans op fout-positieven. Dus dat je iemand beschuldigt terwijl het eigenlijk geen AI gebruikt heeft."
Onderzoekers van Stanford lieten zeven veelgebruikte detectors los op essays van scholieren die in het Engels schreven terwijl dat hun tweede taal was. Ruim zes op de tien werden aangemerkt als AI, tegenover ongeveer een op de twintig bij Amerikaanse leerlingen. Ze lieten diezelfde Amerikaanse essays door ChatGPT versimpelen en het foutpercentage schoot van vijf procent naar ruim de helft. Een detector gaat dus af op eenvoud en voorspelbaarheid, wat niets zegt over wie er achter het toetsenbord zat.
Wie in een vast, voorspelbaar patroon schrijft, om welke reden dan ook, loopt tegen dezelfde muur aan.
"Leerlingen met een immigrantenachtergrond, leerlingen die dyslexie hebben, of die een vorm van autisme hebben, die worden sneller aangemerkt als gebruikers van AI. Terwijl het dan helemaal niet zo is."
De Nederlandse organisaties die scholen hierover adviseren raden detectie om die reden af, terwijl de leerlingen die er handig in zijn er gewoon langs komen met gereedschap dat hun tekst net genoeg herschrijft om niet meer als AI te worden aangemerkt.
Wat hij ervoor in de plaats zet kost geen licentie.
"Ik denk wel dat als je als docent veel AI gebruikt, dat je patronen gaat herkennen. Niet X maar Y in teksten. Een opsomming van drie. En andere AI-clichés. En dat je dan wel het gesprek moet aangaan met leerlingen."
Dat gesprek is meteen de toets.
"Dat deden we vroeger altijd met een schriftelijke opdracht. Maar dat laat niet meer zien of je iets echt hebt geleerd. Dus dat is niet meer valide."
Valt de vorm van je toets door de mand, dan vervang je die vorm. Diezelfde vraag ligt in elke organisatie op tafel, want de sollicitatieopdracht die je thuis laat maken levert een model nu ook af.
Bij de eerste vergadering gaat het over servers en privacy
De houding tegenover AI ziet hij in een paar jaar kantelen.
"De eerste tendens in het onderwijs was misschien wel: hé, dit is een hype, dat waait wel weer over. Inmiddels hebben mensen wel door: dit is geen hype. En we moeten hier iets mee."
Wat er daarna op tafel komt gaat over de infrastructuur.
"Er wordt nog wel heel erg veel vanuit risico's gedacht. Als je hoort waar de gesprekken over gaan, dan zijn dat AVG-richtlijnen, privacy, Europese servers, behoud van data, Amerikaanse modellen waar we niks mee te maken willen hebben, duurzaamheidsfactoren."
Dat rijtje ken je waarschijnlijk uit je eigen overleg. Het is stuk voor stuk terecht en het houdt een agenda een jaar bezet, terwijl de mensen op de werkvloer ondertussen doorwerken met wat er op hun telefoon staat. Zijn eigen oordeel daarover laat hij er kort op volgen.
"Er wordt nog wel heel erg behoudend gedacht, in het onderwijs."
De klok tikt intussen door. Vanaf augustus 2027 krijgt digitale geletterdheid eigen kerndoelen in het onderwijs, met AI er expliciet in. De inspectie gaat er vanaf 2031 op toezien. Uit Europa komt minder druk dan verwacht, want de eis dat organisaties zorgen dat hun mensen met AI overweg kunnen is deze zomer verzacht tot een inspanningsverplichting. Die vier jaar zijn krapper dan ze klinken, want er kwamen ook leerdoelen bij voor burgerschap terwijl de leesvaardigheid al jaren daalt en het personeelstekort aanhoudt.
"Het probleem is dat er van het onderwijs momenteel enorm veel gevraagd wordt."
Waar hij een schoolleider laat beginnen
Ik legde hem tot slot een schoolleider voor die ziet dat er van alles gebeurt en niet weet waar hij begint. Hij wil dan vier dingen op tafel hebben. Hoe de infrastructuur ervoor staat, wat er aan visie en beleid ligt, wat er in de klas gebeurt en waar het personeel staat.
Dat laatste is waar de meeste organisaties overheen stappen. De gebruikelijke volgorde is licenties inkopen, iedereen dezelfde training geven en achteraf de tevredenheid uitvragen. Meet je vooraf hoe AI-geletterd mensen zijn en doe je die meting na afloop opnieuw, dan weet je of er iets is blijven hangen.
Het werk zelf begint bij de visie.
"Je moet beginnen bij de why. Waarom zijn jullie een school? Wat willen jullie eigenlijk bereiken met jullie leren? En hoe willen we dat AI daar wel of niet een rol in speelt?"
Vanaf daar werkt hij via de kaders en de tools in kleine stapjes toe naar het gedrag dat hij in de klas wil zien. Er zijn ook scholen die AI liever helemaal buiten de deur houden. "Ik vind daar wat van." Ligt er een doordachte visie onder, dan legt hij zijn eigen oordeel opzij.
Eén ding zou ik daaraan toevoegen. Hij zegt dat er iemand naast die leerling moet gaan zitten om te zien wat er werkelijk gebeurt en dat de docenten daarvoor ontbreken. Die schaarste aan meekijkers heb jij waarschijnlijk ook. Wijs daarom vooraf aan welk werk een senior regel voor regel doorneemt voordat het naar buiten gaat. Wat je niet aanwijst, gaat ongezien de deur uit.
"Want als je te veel in één keer gaat doen, dan worden mensen gek. Omdat er al zoveel gebeurt in het onderwijsland."
Aan het werk met AI is een reeks portretten van mensen die AI in hun dagelijkse werk gebruiken.
Dank aan David voor zijn tijd en voor het meelezen.
Weet je niet of de AI-trainingen die je hebt ingekocht iets hebben opgeleverd, dan denken we bij WAINUT graag met je mee.







