Playbook: Copilot Studio & Agents. Van consument naar bouwer.
Deel 3 van de Copilot Masterclass. Hoe je stopt met prompten en begint met bouwen, plus wat je eerst intern regelt.
Hoeveel mensen in jouw organisatie hebben ooit een eigen Copilot Agent gebouwd? Niet gebruikt. Gebouwd.
Ik stel die vraag in elke training die ik geef, en het antwoord is eigenlijk altijd hetzelfde. Één vingers, twee vingers, soms nul. Bij een recente workshop in een organisatie met meer dan duizend medewerkers kwam ik uit op een handvol mensen die ooit een agent hadden aangeraakt, op duizend. Dat is waar we vandaag staan. Daarom gaat deel 3 over de stap die jij deze week kunt zetten, terwijl de meeste van je collega’s nog aan het kijken zijn.
In deel 1 heb ik je meegenomen in Copilot Chat. Jij typt, Copilot antwoordt. In deel 2 zag je hoe diezelfde Copilot in je Word, Excel, PowerPoint, Outlook en Teams zit. Jij werkt, Copilot kijkt mee. Allebei die delen gingen over consumeren. Deel 3 is de switch. Nu ga jij bouwen, en laat je je agent het werk doen.
En het moment dat dit er echt toe gaat doen is niet volgend jaar. Het is nu. In de week dat ik dit schrijf rolt Microsoft Agent Mode uit naar alle zakelijke en onderwijsklanten van M365. Op 15 april start Release Wave 1 van 2026, waarin governance en multi-agent orchestration de belangrijkste thema’s zijn. Op 1 mei lanceert Agent 365 voor vijftien dollar per gebruiker, samen met de nieuwe Frontier Suite van negenennegentig dollar per maand. De verschuiving komt op je af, en of je nou zelf iets wil bouwen of alleen wil begrijpen wat er gebeurt, dit playbook geeft je het overzicht.
Ik heb er zelf een tijdje voor nodig gehad om comfortabel te worden met agents. Dus als het je overweldigt, is dat eigenlijk een goed teken. Het betekent dat je de afstand ziet tussen chatten en bouwen. En die afstand is precies wat we in dit playbook gaan overbruggen.
Van “beantwoord mijn vraag” naar “doe mijn werk”
In deel 2 sloot ik af met een zin die ik hier wil herhalen, omdat hij nu plotseling lading heeft. “De richting is duidelijk. Copilot verschuift van beantwoord mijn vraag naar doe mijn werk.” Dat is de verschuiving in één zin.
In de hele serie hamerde ik op iets wat ik “bowling rails” noemde. Hoe minder autonome stappen je AI laat zetten, hoe betrouwbaarder het resultaat. Genereren is goed, itereren is lastig. Plan-Do-Check als framework. Als je deel 1 en 2 hebt gelezen ken je de ritmes.
Agents zetten per definitie meer stappen autonoom. En dat maakt die rails belangrijker, niet onbelangrijker. Goede agents bouwen gaat voor negentig procent over rails instellen. Welke knowledge mag hij gebruiken. Welke acties mag hij zelf doen. Wanneer moet hij stoppen en een mens vragen. Dat is het werk, en dat is waar deze aflevering over gaat.
In mijn trainingen gebruik ik een signature oefening die ik De Muur noem. Je plakt een mailketen in Copilot, vraagt een projectplan, en krijgt een vage output met verzonnen deadlines en een verkeerde projectmanager. De muur is dat AI altijd een antwoord geeft, ook als het antwoord niet klopt. Bij agents wordt die muur steiler. Want een agent geeft niet alleen een antwoord, hij doet ook dingen. Een mail versturen. Een bestand verplaatsen. Een vergadering plannen. Als je de rails vergeet te plaatsen voor je hem loslaat, komt De Muur ineens heel dichtbij.
Houd dat in je hoofd terwijl je verder leest. Het is de onderstroom van alles wat volgt.
De vier manieren om een agent te bouwen
Microsoft heeft op dit moment vier verschillende manieren om een agent te bouwen, en dat is verwarrend als je erin duikt zonder kaart. Laten we ze naast elkaar zetten zoals klussen in huis, want dat is de enige manier waarop dit in één keer blijft hangen.
Een schilderij ophangen. Dat is een SharePoint agent. Je hebt een documentbibliotheek met beleid, handleidingen, of beslissingsbomen. Je selecteert de bestanden, klikt op “Create an agent” in het lint, en twee minuten later kan je team vragen stellen aan die map. Geen gereedschap. Geen instructies. Je hangt iets aan de muur en klaar. Perfect voor “Ask HR”, “Ask IT”, “Ask Verkoopvoorwaarden”. Wat je niet kunt doen is de agent meer geven dan precies die map.
Een IKEA-kast in elkaar zetten. Dat is de Agent Builder die in Copilot Chat zit. Je beschrijft in één of twee zinnen wat je wil, Copilot genereert een naam, een beschrijving, instructies, en een paar suggested prompts. Vervolgens kun je bladzijde voor bladzijde aanpassen. Een andere naam, een eigen icoon, een knowledge source die verder gaat dan één map, een paar capabilities aanzetten zoals het genereren van documenten. Het voelt als zo’n handleiding waar je tien minuten aan zit, met zo nu en dan het gevoel dat een schroef niet helemaal past. Maar aan het einde heb je iets dat werkt, en dat je kunt delen met je team via een link.
Een keuken verbouwen met een aannemer. Dat is Copilot Studio, de volledige low-code omgeving op copilotstudio.microsoft.com. Nu heb je topics, triggers, connectors, MCP-servers, autonomous mode, multi-agent orchestration, en een model picker waar je tussen GPT 5, Claude Sonnet 4.6 en Opus kunt schakelen. Je bent niet meer bezig met schroeven. Je bent bezig met beslissen wat er waar komt. De aannemer doet het werk, maar jij stuurt. Dit is waar het echte maatwerk begint, en waar je merkt dat de investering in tijd loont zodra een agent honderd keer per dag draait in plaats van één keer per week.
Een huis bouwen vanaf de fundering. Dat is Microsoft 365 Agents Toolkit, de pro-code pijplijn in VS Code en Visual Studio. JSON en YAML-bestanden in Git. Model Context Protocol-servers die je zelf schrijft. GitHub Copilot als je programmeerbuddy. Dit laat ik voor wat het is, want het is vooral het werkveld van je IT-developmentteam, of van die ene ontwikkelaar die ooit eens begon in Power Automate en nu serieus wil uitbouwen. Ik noem het alleen zodat je weet dat deze laag bestaat en waar hij begint.
De volgorde is belangrijk. Je begint altijd bij de laagste trede, en stapt omhoog als de agent meer nodig heeft. Bijna iedereen die ik ken die ooit in Copilot Studio zat, was daar omdat ze eerst in Agent Builder begonnen en tegen een plafond liepen. Copy to Copilot Studio, en ineens heb je triggers en connectors. Zo hoort het ook te gaan. Probeer niet meteen in de keuken te gaan verbouwen terwijl je nog nooit een schilderij hebt opgehangen.
Wat een agent eigenlijk is, en waarom je al tachtig procent snapt
In deel 1 legde ik notebooks uit als een “prepped chat”. Als je ChatGPT kent met custom GPTs, of Google Gemini met Gems, dan weet je precies wat een notebook is. Instructies vooraf, een paar documenten als kennis, een ruimte die onthoudt waar jullie mee bezig waren. Wie notebooks begrijpt, heeft het mentale model voor een agent voor tachtig procent al in zijn hoofd.
Wat maakt een agent dan die laatste twintig procent anders? Drie dingen.
De eerste is instructies, en die kende je al van notebooks. Wie ben je, wat is je doel, in welke toon praat je, hoe ga je om met onbekende vragen. Het karakter en de huisregels van je agent.
De tweede is knowledge sources, en ook die kende je al. SharePoint-mappen, Teams-chats, e-mails, losse bestanden, openbare websites. Het verschil met een notebook is vooral schaal en variatie. Een agent kan putten uit je hele organisatie als de permissies dat toestaan, terwijl een notebook een persoonlijke werkruimte is.
De derde is nieuw, en dat is actions. Een notebook praat alleen. Een agent doet dingen. Een mail versturen namens jou. Een bestand verplaatsen van de ene map naar de andere. Een Teams-bericht posten. Een factuur aanmaken in je ERP-systeem via een connector. Dat is de stap van “beantwoord mijn vraag” naar “doe mijn werk”, en daarom voelen agents kwalitatief anders dan al het andere wat Copilot tot nu toe deed.
Onder de motorkap gebruiken agents dezelfde foundation als de rest van Copilot. Hetzelfde model, dezelfde enterprise data protection, dezelfde permissies. Een agent ziet niet meer dan jij ziet, en deelt niet meer dan jij mag delen. Dat is het belangrijkste stuk dat mensen die buiten de Microsoft-wereld werken niet verwachten. Het is een extra laag bovenop de Copilot die je al hebt, geen aparte software op je eigen servers.
Waarom dit er nu toe doet
Goed, dus je snapt wat een agent is, en je weet dat je ergens tussen een schilderij en een aannemer kunt kiezen. Waarom zou je er deze week mee beginnen?
De eerste reden is schaal. Een notebook bouw je voor jezelf. Een agent bouw je voor tien, vijftig, vijfhonderd collega’s. Ik heb in een workshop een notebook gebouwd dat ik de AI Use Case Navigator noemde, voor informatiemanagers die nieuwe AI-ideeën moeten beoordelen. Problem validation, classify, risk analyse, eindadvies. Dat notebook heb ik met een paar tientallen mensen gedeeld, en ik zie nog steeds elke week vragen voorbijkomen. Stel je voor dat dat een echte agent wordt, met een knop op de SharePoint-homepage, en er komen geen tientallen maar honderden gebruikers bij. Dat is de gouden verhouding tussen tijd erin en tijd eruit.
De tweede reden is MCP, wat staat voor Model Context Protocol. Dit is de onderschatte, technische doorbraak van dit jaar. Vroeger moest je voor elke actie in een extern systeem een aparte connector bouwen. Voor DocuSign zeven stuks, voor Box vijf, voor Teams tien. Met MCP krijg je één servertje dat alle tools voor dat systeem ineens toegankelijk maakt. Een MCP-server voor Outlook geeft je attachments toevoegen, draft updaten, mail versturen, en nog een paar, allemaal uit dezelfde aansluiting. Een Microsoft-engineer die ik laatst zag zei het zo. “Het voelt comfortabeler dan wat we ooit gehad hebben.” En dat van een man die al tien jaar Power Automate bouwt. MCP-servers voor Microsoft Teams, Outlook, Word, OneDrive, DocuSign en Box zitten nu in Copilot Studio, en de lijst groeit wekelijks.
De derde reden is governance. Vanaf 1 mei is Agent 365 algemeen beschikbaar, voor vijftien dollar per gebruiker per maand. Dat is de controlelaag waar IT al een jaar op wacht. Een centrale registry van alle agents in je tenant, visuele map van wie wat heeft gebouwd, automatisch uitschakelen van inactieve agents, blokkeren van risicovolle bouwsels. Zonder Agent 365 is agent-bouwen nog een beetje als een aannemer inhuren zonder contract. Met Agent 365 heb je iets vast te pakken.
Betekent dit dat je moet wachten tot 1 mei om te beginnen? Nee. Beginnen kan nu. Maar het betekent wel dat alles wat je in april bouwt, in mei moet worden teruggezet in het register. Bouw dus van begin af aan alsof iemand over een maand vraagt wie de eigenaar is, wat de agent doet, en welke data hij aanraakt.
Je eerste agent in vijf minuten
Genoeg context. Laten we er een bouwen. Ik neem je mee door Agent Builder, omdat dat de plek is waar je vandaag kunt beginnen zonder iets extra’s te hoeven aanvragen bij je IT-afdeling.
We bouwen een meeting-voorbereider. Een agent die, als ik hem vraag “bereid me voor op mijn meeting met klant X dinsdag”, de relevante mails opzoekt, de laatste SharePoint-documenten over die klant doorneemt, en mij een briefing geeft met de hangende punten, de laatste besluiten, en drie gesprekspunten voor de opening van de meeting. Concreet en universeel, en een prima opstapje.
Stap 1. Open Agent Builder. Ga naar microsoft365.com/chat of open Copilot Chat via de app-launcher. Bij het plusje linksboven in de zijbalk zie je “Create agent”. Klik daar.
Stap 2. Beschrijf in een zin wat je wil. Typ iets als “Een agent die mij helpt voorbereiden op klantmeetings door recente mails en SharePoint-documenten samen te vatten”. Copilot genereert nu een naam (”Meeting Prep Assistant” of iets vergelijkbaars), een beschrijving, een eerste versie van instructies, en drie of vier suggested prompts. Dit is het skelet.
Stap 3. Pas instructies aan. Klik op het tekstvak met instructies en herschrijf ze in je eigen woorden. Wie ben je, waar ga je over, wat doe je wel, wat doe je niet. Ik zeg in trainingen altijd dat je het moet schrijven alsof je een nieuwe collega inwerkt. Omschrijf dus een karakter. Voor onze meeting-voorbereider ziet dat er zo uit. “Je bent een nuchtere meeting-voorbereider voor accountmanagers. Je noemt alleen feiten die in de gedeelde knowledge staan. Je speculeert niet. Je gokt geen namen. Je eindigt elk antwoord met drie concrete gesprekspunten voor de opening.”
Stap 4. Voeg knowledge sources toe. Klik op “Add knowledge”. Kies de SharePoint-site van je verkoopteam, of de map met klantdossiers. Je kunt ook specifieke Teams-chats toevoegen of je hele Outlook-mailbox. Wees hier voorzichtig met breedte. Liever één scherp gekozen SharePoint-map dan alles-en-de-keuken.
Stap 5. Stel suggested prompts in. Dit is de onderschatte stap. Suggested prompts zijn de knoppen die je team straks ziet als ze op de agent klikken. Schrijf er drie die de workflow trekken. “Bereid me voor op mijn meeting met {{klantnaam}} op {{datum}}”, “Vat de laatste drie mails met {{klantnaam}} samen”, “Wat waren de openstaande actiepunten van de vorige meeting met {{klantnaam}}”. Een collega van Microsoft zei het laatst in een video en het bleef hangen. Suggested prompts zijn vaak belangrijker dan instructies. Ze geven je team een voordeur in plaats van een blanco scherm.
Stap 6. Test hem met vijf vragen waarvan jij het antwoord weet. Voordat je hem deelt. Dit is de pro-tip die veel mensen overslaan. Kies vijf situaties waar jij het goede antwoord al kent, en kijk of de agent dichtbij komt. Is het antwoord vaag, generiek of gewoon fout, dan mis je meestal knowledge of instructie-discipline. Pas aan. Test opnieuw.
Dat is het. Vijf minuten werk, plus vijf testvragen. Je hebt nu een agent die het werk van een twintig minuten durende voorbereiding omzet in vijftien seconden plus een leeskritisch oog van jou.
De vier smaken naast elkaar
Als houvast, voordat we doorsnijden naar het premium gedeelte, hier de vier bouwmanieren op een rijtje met hun trade-offs.
Een SharePoint agent is iets van een minuut werk. Je kunt er vragen aan stellen over één documentmap, en dat is het. Gebruik het voor “Ask X”-scenario’s, zoals beleid, handleidingen, of standaardvoorwaarden.
Agent Builder kost je vijf tot vijftien minuten voor een eerste versie. Je kunt custom instructions schrijven, knowledge uit SharePoint, Teams en mail combineren, documenten en afbeeldingen laten genereren. Gebruik het voor je eerste eigen agent, voor jezelf of voor een klein team.
Copilot Studio kost je uren tot dagen, afhankelijk van wat je bouwt. Je krijgt er triggers, topics, MCP-servers, multi-agent orchestration, een model picker en autonome modus voor terug. Gebruik het voor afdelingsbrede automatisering waar meerdere tools in het spel zijn.
Agents Toolkit in VS Code is een project van weken en vergt een developer. Je bouwt in Git, met CI en CD, met eigen orchestrators en een enterprise SDLC. Dit is waar je IT-afdeling in thuis is, voor productieschaal en strakke governance.
Begin links. Stap op wanneer het nodig is. Niet eerder.
Tot hier heb je het fundament
Goed, dit is het eind van het gratis deel. Je weet wat een agent is. Je kent de vier bouwmanieren. Je hebt een eerste agent in vijf minuten staan. En je begrijpt waarom dit er nu toe doet in plaats van ergens volgend jaar.
Wat hieronder staat is wat ik normaal deel in trainingen bij organisaties. Het complete template voor een offerte-assistent die je kunt kopieren en aanpassen. Vijf patronen die het verschil maken tussen een agent die werkt en een agent die vastloopt. De AI Use Case Navigator die ik zelf gebruik in mijn workshops, inclusief de instructies en prompts. Zeven fouten die ik iedereen in de eerste maand zie maken. En een eerlijke compliance-check voor Nederlandse organisaties, inclusief wat je beter wel en niet deelt met je functionaris gegevensbescherming.
Nog geen abonnee? Je eerste playbook is gratis. Of deel The Human Loop met twee collega’s en krijg gratis maanden cadeau.











